50 jaar Opus Dei in Nederland

Interview met Mgr. Steinkamp naar aanleiding van het 50 jarig bestaan van het Opus Dei in Nederland. Ik kon de komst van de anderen voorbereiden!

Geschiedenis
Opus Dei - 50 jaar Opus Dei in Nederland

Een terugblik op 1959

“Droom en je dromen zullen tekort schieten”

“Als ik zie wat er van het Opus Dei geworden is sinds de stichter mij zei dat hij aan mij dacht om het Werk in Nederland te beginnen, dan zijn deze woorden van de heilige Jozefmaria nu, 50 jaar later, zeker van toepassing. Hij had in Haarlem een bezoek gebracht aan Mgr. J. van Dodewaard, destijds hulpbisschop, die hem vroeg of het Opus Dei in zijn diocees zou kunnen gaan werken.

Ik hoefde niet lang na te denken om op zijn uitnodiging in te gaan. Ik had scheikunde gestudeerd en was vervolgens naar Rome gegaan om theologie te studeren aan de universiteit van Lateranen. Op advies van de Vader, zo noemden we hem, kocht ik een Nederlandse grammaticaboek, een missaal en het evangelie als eerste aanzet om me de taal eigen te maken. En zo zat ik soms op weg naar college in de ‘circolare’ -, de tram - mijn nieuwe taal te leren.

Na mijn priesterwijding in Madrid ging ik naar Duitsland om van daaruit contact met de bisschop van Haarlem op te nemen. Aangezien hij een tijd afwezig zou zijn bracht hij me in contact met een professor van de Universiteit van Amsterdam, prof. Barendse. Hij zou me kunnen helpen bij wat ik nodig had. Dat heeft hij heel grondig gedaan. Toen hoorde ik voor het eerst van de verzuiling. Ik kon me niet zo gemakkelijk een voorstelling maken van het fenomeen, dat de verschillende kerken en ideologieen in scherp geïsoleerde groeperingen scheidde, en dat niet alleen wat de kerkgang betreft, maar in alles, zelfs in zaken als het sportleven.

Ik kwam van de andere kant van de Nederlandse grens met Duitsland. Mijn moeder had Nederlandse voorouders en ik had erop gerekend dat dit een pluspunt was om in het land te acclimatiseren, maar nee! In het naoorlogse Europa leefde de Schengen-spirit nog niet.

Prof. Barendse introduceerde me bij de familie Plenkers aan de Willemsparkweg 203, waar ik tot april 1961 op een zolderkamer heb gewoond.

Op zeven oktober kwam ik in Amsterdam aan met de bedoeling er definitief te blijven. Ik kon de H.Mis in de Obrechtkerk, O.L.Vrouw van de Rozenkrans, lezen en voor de inburgering schreef ik me in bij de faculteit van Nederlandse taal en Letterkunde van de Universiteit van Amsterdam.

Mgr. J. van Dodewaard kreeg korte tijd na zijn installatie een hartinfarct, waardoor hij enkele weken uitgeschakeld was. Dit vertraagde de weg om groen licht te krijgen voor de vestiging van het Opus Dei in Nederland. Een van de eerste voorwaarden om met een studentenhuis te beginnen –dat was onze wens en daarover had ik met de bisschop gesproken – was het fiat van alle studentenmoderatoren.

Van het leven als student ging ik over op het werken als assistent in een laboratorium organische scheikunde van de Universiteit van Amsterdam aan het Roeterseiland, ik moest immers in mijn levensonderhoud voorzien. Het oprichten van het studentenhuis duurde langer dan verwacht , maar uiteindelijk kreeg ik een brief van de bisschop, gedateerd op 1 april 1961, met de nodige vergunningen om het studentenhuis te beginnen. Ik kon de komst van de anderen voorbereiden!”