De bekoringen in de woestijn

Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger.

Daarna werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. Nu trad de verleider op Hem toe en sprak: ‘Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen.’ Hij gaf ten antwoord: ‘Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.’ (Mt 4,1-4)

“Een geheimvolle gebeurtenis, die wij vergeefs trachten te begrijpen: God die zich aan de bekoring onderwerpt, die de Boze zijn gang laat gaan; maar die wij kunnen overwegen, de Heer vragend de inhoud van de lering in te zien. Jezus Christus, bekoord. De traditie licht dit punt nader toe door te zeggen, dat Onze Heer ook de bekoring wilde ondergaan om ons in alles een voorbeeld te geven. En zo is het, want Christus was volmaakt Mens, gelijk aan ons, behalve in de zonde. Na veertig dagen vasten met als enig voedsel – waarschijnlijk – gras, wortels en een beetje water, krijgt Jezus honger: echte honger, zoals ieder mens die kent. En wanneer de duivel Hem voorstelt stenen in brood te veranderen, doet onze Heer niet alleen maar afstand van het voedsel dat zijn Lichaam vroeg, maar verzet Hij zich tegelijk tegen een veel grotere bekoring, namelijk zijn goddelijke macht te gebruiken om bij wijze van spreken een persoonlijk probleem op te lossen.

U hebt het zeker al het hele Evangelie door opgemerkt: Jezus verricht geen wonderen voor zichzelf. Hij verandert water in wijn ten behoeve van het bruidspaar te Kana, vermenigvuldigt broden en vissen om aan een hongerige menigte eten te geven. Maar Hij verdient jarenlang de kost met zijn eigen arbeid. En later, in de tijd waarin Hij rondtrekt door het land van Israël, leeft Hij van de hulp van degenen die Hem volgen.

De hl. Johannes verhaalt dat Jezus, als Hij bij de put van Sichar na een lange tocht aankomt, zijn leerlingen naar het dorp laat gaan om eten te kopen. Toen Hij een Samaritaanse vrouw zag naderen, vroeg Hij haar om water, want Hij had niets om het uit de put te kunnen halen. Zijn Lichaam ondervindt de vermoeidheid van de lange tocht. Andere keren gaat Hij slapen om weer op krachten te komen. Edelmoedigheid van de Heer die zich vernederd heeft, die de menselijke natuur volledig op zich heeft genomen, die zich niet van zijn goddelijke kracht bedient om aan moeilijkheden of inspanning te ontkomen. Hij leert ons bescheiden te zijn, de arbeid lief te hebben, de menselijke en goddelijke adeldom ervan te waarderen en de consequenties van de zelfverloochening te aanvaarden.”

Als Christus nu langskomt, 61

“Steun op het moment van de bekoring op de deugd van de hoop en zeg bij jezelf: er wacht mij een eeuwigheid om te rusten en te genieten; nu moet ik vol geloof door te werken die rust, en door te lijden die genoegens verdienen… Hoe zal de liefde wel niet zijn in de hemel?

Beter nog, beoefen de deugd van de liefde door deze reactie: ik wil mijn God, mijn Geliefde, behagen door zijn wil te vervullen in alles…, alsof er geen beloning en geen straf bestaat: alleen maar om Hem aangenaam te zijn.”

De Smidse, 1008