De geboorte van Jezus

Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. (Lk 2:6-7).

“Er is een besluit uitgevaardigd door keizer Augustus, dat er een volkstelling gehouden moet worden in heel zijn rijk. Daarvoor moet ieder naar de stad van zijn voorouders gaan. – Omdat Jozef uit het huis en geslacht van David is, reist hij met de Maagd Maria vanuit Nazareth naar een stad in Judea, Bethlehem geheten. En in Bethlehem wordt onze God geboren: Jezus Christus! In een stal: er is geen plaats in de herberg. Zijn Moeder wikkelt Hem in doeken en legt Hem neer in een kribbe.

Koude. Armoede. Ik ben een jong knechtje van Jozef. Wat is Jozef goed! Hij behandelt mij als een vader. Hij vergeeft het mij zelfs dat ik het Kind uren achtereen in mijn armen neem en zoete, liefdevolle woorden tegen Hem zeg...

En ik kus Hem – kus jij Hem ook –, ik dans voor Hem, ik zing voor hem en ik noem Hem Koning, Liefde, mijn God, mijn Enige en mijn Alles!”

De heilige Rozenkrans, derde blijde geheim

In de omgeving bevonden zich herders die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten. Plotseling stond een engel des Heren voor hen en zij werden omstraald door de glorie des Heren, zodat zij door grote vrees werden bevangen. Maar de engel sprak tot hen: ‘Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor het hele volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe’. Opeens voegde zich bij de engel een hemelse heerschare; zij verheerlijkten God met de woorden: ‘Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.’ (Lc 2,8-14)

“Iesus Christus, Deus Homo, Jezus Christus, Godmens: dat is een van de magnalia Dei, een van grote daden Gods die wij in dankbaarheid jegens de Heer moeten overwegen: voor de Heer die kwam om vrede op aarde te brengen aan de mensen van goede wil... aan alle mensen die hun wil gelijkvormig willen maken aan Gods Wil. Niet alleen aan de armen, niet alleen aan de rijken, maar aan alle mensen, aan alle broeders! Want wij zijn allen broeders in Jezus, kinderen van God, broeders en zusters van Christus. En zijn Moeder is onze Moeder.

Er is maar één volk op aarde: het volk van de kinderen Gods. Wij allen moeten dezelfde taal spreken: die, welke de Vader die in de hemel is ons leert: de taal van het gesprek van Jezus met zijn Vader, de taal die men met het hart en met het verstand spreekt, de taal die u nu in uw gebed gebruikt. Het is de taal van contemplatieve mensen die een geestelijk leven leiden, omdat ze zich bewust geworden zijn van hun kindschap Gods: een taal die zich uit in de impulsen van de wil, de verlichting van het verstand, de roerselen van het hart en de beslissingen die leiden tot het juiste leven, het goede, de vreugde en de vrede.

Beschouwen wij het Kind, onze Liefde in de kribbe. Laten wij niet vergeten dat wij voor een mysterie staan. Wij moeten dat geheim door het geloof aannemen. Door het geloof ook moeten wij in de betekenis ervan dieper doordringen.

Daar is een deemoedige houding voor nodig, eigen aan een christelijke ziel, en niet het streven de grootheid Gods terug te brengen tot het armzalig vlak van het menselijk begrijpen en willen verklaren. Een deemoedige houding, waardoor wij kunnen vatten dat dit geheim het licht is dat het leven van de mensen leidt.”

Als Christus nu langs komt, 13