De zaligsprekingen

Toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: Zalig de armen van geest…

Toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: Zalig de armen van geest… (Mt 5,1 vv.)

Hieronder volgen enkele overwegingen van de heilige Jozefmaria over de zaligsprekingen. Hij trachtte mensen te helpen om het Woord van God in daden te vertalen, het in concrete voornemens om te zetten, in leven. De zaligsprekingen worden in zijn prediking een programma dat meteen uitgevoerd kan worden.

Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.

“Als u die geest wilt verwerven, moet u gierig zijn voor uzelf en heel royaal voor anderen. Geef niets uit aan luxe, grillen, ijdelheid, gemakzucht... Praat uzelf geen behoeften aan. Kortom, leer met de heilige Paulus te weten wat armoede is en wat overvloed is. Ik ben volledig ingewijd. Ik kan volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek. Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft.”

Vrienden van God, 123

Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

“Je ervaart een innerlijke vreugde en vrede die je voor niets ter wereld zou willen ruilen. God is hier aanwezig. Er bestaat niets beters dan je zorgen aan Hem toe te vertrouwen, zodat ze ophouden zorgen te zijn.”

De Smidse, 54

Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

“De harde, maar juiste uitspraak van een man van God die de verwaandheid van een bepaalde figuur zag, zette me aan tot nadenken: ‘Hij hult zich in hetzelfde vel als de duivel, in de hoogmoed.’ – En in mijn hart kwam, als contrast, het verlangen op me te bekleden met de deugd die Jezus preekte: ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Die deugd heeft ook de aandacht van de Heilige Drieëenheid naar zijn en onze Moeder getrokken: nederigheid, het besef en gevoel niets te zijn.”

De Voor, 726

Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

“Laat het goed in onze ziel gegrift zijn, zodat het in ons gedrag te zien is: allereerst gerechtigheid jegens God. Dat is het ware hongeren en dorsten naar gerechtigheid, dat iets anders is dan het rumoer van jaloerse, verbitterde, egoïstische mensen. Wie immers aan onze Schepper en Redder de erkentelijkheid onthoudt voor de overvloedige en onuitsprekelijke rijkdom die Hij ons verleent, begaat de vreeswekkendste en ondankbaarste van alle onrechtvaardigheden.”

Vrienden van God, 167

Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

“Jezus vat heel de geschiedenis van deze goddelijke barmhartigheid samen met de woorden: Zalig de barmhartigen, want ze zullen barmhartigheid verwerven. Bij een andere gelegenheid zegt Hij: Wees barmhartig, zoals uw hemelse Vader barmhartig is. Heel wat taferelen in het Evangelie blijven in onze herinnering gegrift: zijn vergevingsgezindheid voor de echtbreekster, de parabels van de verloren zoon, van het verloren schaap en van de schuldenaar die vergeving krijgt. […] Welk een gevoel van veiligheid moet het medelijden van de Heer in ons verwekken!”

Als Christus nu langs komt, 7

Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.

“Door goddelijke roeping zullen sommigen die zuiverheid beleven in het huwelijk. Anderen zullen dat doen door aan de menselijke liefde te verzaken om exclusief en hartstochtelijk te beantwoorden aan de liefde Gods. Noch de eersten, noch de tweeden zijn slaven van de zinnelijkheid. Ze zijn heer van hun eigen lichaam en van hun eigen hart om dit aan anderen in een geest van offervaardigheid te kunnen geven. […] De heilige zuiverheid is noch de enige, noch de voornaamste christelijke deugd. [...] Ze is geen ontkenning maar een blijde bevestiging.”

Als Christus nu langs komt, 5

Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

“De taak van een christen: het kwaad verstikken in een overvloed aan goed. Het gaat er niet om negatieve campagnes te voeren of anti-wat-dan-ook te zijn. Integendeel: we moeten op een positieve manier leven, vol optimisme, jeugdig, blij en met innerlijke vrede; met begrip staan tegenover allen: tegenover degenen die Christus volgen en tegenover hen die Hem in de steek laten of Hem niet kennen.”

De Voor, 864

Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen.

“Minachting en vervolging zijn gezegende tekenen van goddelijke voorliefde. Maar er bestaat geen mooier bewijs en teken van Gods voorliefde, dan onopgemerkt door het leven te gaan.”

De Weg, 959

Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.

"Als we vinden dat we onrechtvaardig worden beschuldigd, laten we ons gedrag dan in de aanwezigheid van God onderzoeken, met een sereniteit en vreugde, en rechtzetten wat de naastenliefde verlangt, ook als het om onschuldige dingen gaat.

De Smidse, 795