Derde geheim van het licht

Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering
Wanneer je je tot de Heer richt, besef dan dat Hij altijd heel dicht bij je is, dat Hij in je is: Het Rijk Gods is midden onder u. Je zult Hem vinden in je hart.

Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering

Nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea de goede boodschap van God verkondigen en zei: ‘De tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap.’ Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Simons broer Andreas op het meer hun netten uitgooien; want het waren vissers. Jezus sprak hen aan: ‘Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.’ En meteen lieten ze de netten achter en volgden Hem.

Marc. 1,14-18

De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap (Mc. 1,15).

Al het volk kwam naar Hem toe en Hij onderrichtte hen (Mc. 2,13).

Jezus ziet de boten aan de oever liggen en stapt in één van deze boten. Met wat een natuurlijkheid stapt Jezus in de boot van ons leven!

Wanneer je je tot de Heer richt, besef dan dat Hij altijd heel dicht bij je is, dat Hij in je is: Het Rijk Gods is midden onder u (Lc. 17, 21). Je zult Hem vinden in je hart.

Christus moet vóór alles heersen in onze ziel. Opdat Hij in mij kan heersen, heb ik een overvloed van zijn genade nodig. Alleen dan zal alles, elke hartslag, elke ademtocht, elke oogopslag, ieder onbeduidend woord en de meest elementaire gewaarwording veranderen in een hosanna voor mijn Koning Christus.

Duc in altum! - Kies het ruime sop! - Schud het pessimisme van je af dat je laf maakt. Et laxate retia vestra in capturam. En werp je netten uit voor de vangst.

De heilige Rozenkrans, Verkondiging van het Rijk Gods

Als Christus zijn prediking op aarde begint, brengt Hij geen politiek programma, maar zegt Hij: doet boete, want het rijk der hemelen is nabij (Mt. 3.2- 4.17). Hij draagt zijn leerlingen op om deze blijde boodschap te verkondigen (vgl. Lc. 10.9). Hij leert ons om in het gebed te vragen om de komst van dit koninkrijk (vgl. Mt. 6.10). Het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid betekenen dat wij op de eerste plaats een heilig leven moeten nastreven (vgl. Mt. 6.33), het enige wat echt belangrijk is (vgl. Lc. 10.42).

Het heil dat door onze Heer Jezus Christus gepredikt wordt is een oproep aan allen gericht. Het is als de koning die een bruiloftsmaal gaf voor zijn zoon en zijn dienaren uitzond om de genodigden tot de bruiloft te roepen (Mt. 22,2-3). Daarom openbaart de Heer ons: het rijk der hemelen is midden onder u (Lc. 17,21).

Niemand is uitgesloten van het heil als hij zich volgzaam onderwerpt aan de liefdevolle eisen van Christus: herboren worden (vgl. Joh. 3, 5), als kleine kinderen worden in alle eenvoud van geest (vgl. Mc. 10 , 15; Mt.18 3; 5,3), alles wat ons van God verwijdert, uit ons hart bannen (Waarlijk Ik zeg u dat het voor een rijke moeilijk zal zijn om het hemelrijk binnen te gaan. Mt. 19, 23). Jezus vraagt daden, niet alleen maar woorden (vgl. Mt. 7,21). Hij wil een vastbesloten inzet, omdat slechts wie ervoor strijden, het eeuwig erfdeel zal bereiken (Het rijk der hemelen wordt bestormd met geweld en de bestormers nemen het weg. Mt. 11,12).

Wie begrijpt wat voor koninkrijk het is waarover Christus spreekt, geeft er zich rekenschap van dat het de moeite waard is alles op het spel te zetten om het te winnen. Het is de parel door de koopman verkregen door alles te verkopen wat hij bezat. Het is de schat die in de akker wordt gevonden (vgl. Mt. 13, 44-46). Het rijk der hemelen te verwerven, dat is moeilijk: niemand is er zeker van dat hij het verovert (vgl. Mt. 21, 43; 8, 12). Maar het nederige smeken van een berouwvolle mens bereikt dat de poorten van dit rijk wijd open gaan. Eén van de moordenaars, die met Jezus gekruisigd waren, smeekt Hem: Heer, denk aan mij als Gij in uw koninkrijk komt. En Jezus antwoordde hem: waarlijk, Ik zeg u, nog heden zult gij met mij zijn in het paradijs (Lc. 23, 42-43).

Christus koninkrijk is niet een wijze van spreken of een retorisch beeld. Christus leeft ook als mens voort met hetzelfde lichaam dat Hij bij de menswording heeft aangenomen en dat na de kruisdood verrezen is. Een lichaam dat verenigd met zijn menselijke ziel, verheerlijkt blijft voortbestaan in de persoon van het Woord. Christus, waarlijk God en waarlijk mens, leeft en heerst. Hij is de Heer van de wereld, Hij alleen houdt alles wat bestaat in stand.

Als Christus nu langs komt, 180

Het rijk der hemelen wordt met geweld bestormd, en de bestormers nemen het weg (Mt. 11, 12). Dit geweld is niet tegen anderen gericht. Het is veeleer de kracht in de strijd tegen onze eigen zwakheid en ellende. Het is de moed de persoonlijke trouweloosheid niet te verhullen. Het is de moed het geloof te belijden, ook in een vijandelijke omgeving.

Als Christus nu langs komt, 82

Te midden van de zorgen van alledag, op ogenblikken dat wij onze neiging tot egoïsme moeten overwinnen, of als wij ons verheugen over de vriendschap met andere mensen: steeds moet de christen God ontmoeten. Door Christus en in de heilige Geest heeft de christen toegang tot het diepste wezen van de Vader. Zo gaat hij zijn weg op zoek naar dat rijk dat niet van deze wereld is, maar dat in deze wereld begint en voorbereid wordt.

Als Christus nu langs komt By, 116

Terwijl wij wachten op de terugkomst van de Heer, die dan bezit zal nemen van zijn Koninkrijk, mogen wij niet met de armen over elkaar blijven zitten. De verbreiding van het Koninkrijk Gods is niet alleen de officiële taak van die leden van de Kerk die Christus vertegenwoordigen omdat zij van Hem de heilige volmachten ontvangen hebben. ,i>Vos autem estis corpus Christi (1 Kor. 12, 27), ook gij zijt het lichaam van Christus, zo vermaant ons de apostel Paulus, en wel met de concrete opdracht zaken te doen tot het einde toe.

Als Christus nu langs komt, 121

Sinds ons eerste bewuste besluit volledig de leer van Christus te beleven, zijn wij zeker heel wat gevorderd op de weg van de trouw aan zijn woord. Maar toch, is het niet waar, dat er nog vele dingen te doen zijn? Is het niet waar dat er nog veel hoogmoed rest? Zonder twijfel is een nieuwe verandering nodig, een diepere loyaliteit, een grotere nederigheid, zodat met het afnemen van ons egoïsme Christus in ons mag groeien, aangezien illum oportet crescere, me autem minui (Joh. 3, 30), aangezien het nodig is dat Hij groeit en dat ik kleiner word.

Het is niet mogelijk stil te blijven staan. We moeten vooruit gaan naar het doel dat Sint Paulus ons aangaf: niet ik leef, maar Christus is het die leeft in mij (Gal. 2,20). Het streven is verheven en zeer edel, te weten gelijkvormig aan Christus, heilig worden.

Een andere weg bestaat er niet, als men tenminste consequent wil zijn ten opzichte van het goddelijk leven dat God in onze zielen door het doopsel heeft doen ontstaan. Vooruitgang is groeien in heiligheid; achteruitgang daarentegen is het verzet tegen de normale ontwikkeling van het christelijk leven. Want het vuur van Gods liefde moet nodig brandend gehouden worden, moet dagelijks toenemen en doordringen tot in het diepste van onze ziel en vuur wordt aangewakkerd door nieuwe brandstof toe te voegen. Daarom gaat het uit - dooft het uit - zodra het ophoudt te gloeien.

Ga ik vooruit in mijn trouw aan Christus, in mijn verlangen naar heiligheid, in apostolische edelmoedigheid in mijn dagelijks leven, in mijn gewone arbeid tussen mijn collega's?

Laat ieder voor zich deze vragen beantwoorden en hij zal zien dat er verandering nodig is, willen wij dat Christus in ons woont en dat zijn beeld zuiver naar voren komt in ons gedrag.

Als Christus nu langs komt, 58