Eerste geheim van het licht

Jezus wordt gedoopt in de Jordaan
Toen kwam Jezus uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen. Johannes probeerde Hem tegen te houden. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen.’ Toen liet hij Hem begaan. Toen Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen uit het water.

Jezus wordt gedoopt in de Jordaan

Toen kwam Jezus uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen. Johannes probeerde Hem tegen te houden. Hij zei: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en U komt naar mij?’ Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen.’ Toen liet hij Hem begaan. Toen Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen uit het water. En zie, daar opende zich de hemel voor Hem en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Hem neerkomen. Er kwam een stem uit de hemel, die zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.

Mat 3,13-17,

Alle mensen zijn kinderen van God. Een kind kan echter op veel manieren tegenover zijn vader reageren. Wij moeten ons inspannen kinderen te zijn, die proberen te beseffen dat de Heer door ons als zijn kinderen te willen bewerkt heeft dat wij in zijn huis wonen, midden in deze wereld, dat wij zijn gezin zijn, dat het Zijne van ons is en het onze van Hem. Wij moeten zo intiem, zo vertrouwelijk met Hem omgaan, dat wij als een klein kind om de maan durven vragen.

Een kind van God gaat met de Heer om als met zijn Vader. Zijn omgang is geen slaafs dienstbetoon en ook geen formele omgang uit beleefdheid. Integendeel, die omgang is open en eerlijk. God neemt geen aanstoot aan de mensen. God wordt onze ongetrouwheden niet moe. Onze Vader in de hemel vergeeft iedere belediging, zodra de zoon - zijn kind - opnieuw tot Hem terugkeert, wanneer hij spijt krijgt en om vergeving vraagt. Onze Heer is zozeer Vader, dat Hij onze wens om vergiffenis vóór is en ons met open armen tegemoet treedt, vol van zijn genade.

Als Christus nu langs komt, 64

De christen weet dat hij door het doopsel in Christus wordt ingelijfd en door het vormsel in staat wordt gesteld om voor Christus te strijden. Hij weet zich geroepen om door zijn deelname aan het koninklijk, profetisch en priesterlijk ambt van Christus in de wereld te werken. Hij weet zich één met Christus door de eucharistie, het sacrament van eenheid en liefde. Daarom moet hij evenals Christus de andere mensen voor ogen hebben, allen die hem omgeven. Daarom moet hij van ieder van hen afzonderlijk houden, ja van de hele mensheid.

Men kan het God-Mens zijn van Christus niet scheiden van zijn werk als Verlosser. Het Woord werd vlees en kwam op de wereld om alle mensen te redden. Ondanks onze armzaligheid, onze persoonlijke zwakheden, zijn wij een andere Christus, Christus zelf. Want ook wij zijn geroepen om alle mensen te dienen.

De Heer kwam om alle mensen de vrede, de blijde boodschap en het leven te brengen. Niet alleen aan de rijken en niet alleen aan de armen. Niet alleen aan de geleerden en niet alleen aan de eenvoudigen; nee, aan iedereen. Aan alle broeders en zusters, want als kinderen van God zijn wij broers en zusters van eenzelfde Vader. Er is dus maar één volk, het volk van de kinderen Gods. Er is maar één huidskleur: de kleur van de kinderen Gods. En er is maar één taal: een taal die tot het hart en het verstand spreekt, zonder woorden, maar zo dat die ons God doet kennen en ons aanspoort om elkaar lief te hebben.

Als Christus nu langs komt, 106