Ik zoek Uw gezicht Heer!

De heilige Jozefmaria verlangde er intens naar het gelaat van God te zien. “Heer, Ik wil zo graag uw gezicht zien, uw gelaat bewonderen, aanschouwen...!”

Biografie
Opus Dei - Ik zoek Uw gezicht Heer!

De heilige Jozefmaria verlangde er intens naar het gelaat van God te zien. “Heer, Ik wil zo graag uw gezicht zien, uw gelaat bewonderen, aanschouwen...!”

Vijftig jaar priester

De heilige Jozefmaria bekijkt het retabel van het heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Torreciudad, 1975

Op 28 maart 1975 was Jozefmaria vijftig jaar priester. Hij wilde die dag, die op Goede Vrijdag viel, doorbrengen in stilte en gebed, zonder feestelijkheden. Opnieuw bracht hij zijn vaste leefregel in praktijk: "Mijn wens is het, onopgemerkt te blijven, opdat alleen Jezus schittert." Op de vooravond deed hij zijn gebed hardop, in vurige dankzegging aan de Heer:

“Vandaag, na vijftig jaar, ben ik als een stamelend kind: ik begin, ik begin weer opnieuw, net als elke dag met mijn inwendige strijd. En zo zal het blijven tot aan het einde van de tijd die mij nog rest.[...] Zien we een ogenblik terug... Wat een onmetelijk vergezicht: zoveel leed, zoveel vreugde! En nu, alleen nog maar vreugde, volop vreugde... want wij hebben de ervaring dat het lijden de beitel is van de Kunstenaar, waarmee Hij uit ieder van ons, uit dat vormeloze blok hout dat wij zijn, een kruisbeeld wil houwen, een Christus, de andere Christus die wij moeten zijn."

“Heer, ik dank U voor alles! Ik dank U zeer! Gewoonlijk heb ik U altijd dank gebracht. En nu zijn er veel lippen, veel harten die eenparig herhalen: Gratias tibi, Deus, gratias tibi!, Dank U, Heer, dank U! Want wij hebben alleen maar reden tot dankbaarheid. {...}

Guatemala, 1975

“Het leven van ieder van ons moet één enkel dankgebed zijn, want hoe is het Opus Dei werkelijkheid geworden? U hebt dat gedaan, Heer, met een paar nietsnutten...[...] U hebt totaal onlogische, ongeschikte middelen gebruikt en U hebt het Werk over de hele wereld verspreid. Ze danken U in heel Europa, in enkele landen van Azië en Afrika, in heel Amerika en Oceanië. Overal wordt U dank gebracht."

In die tijd leed hij aan ernstig gezichtsverlies, maar ging daar zo natuurlijk mee om dat alleen zijn naaste medewerkers ervan wisten. Hij herhaalde weer een schietgebedje uit zijn jeugd,"'Domine ut videam!' (Heer laat mij zien) maar nu in een nieuwe zin. Op 19 maart vertrouwde hij zich zo aan Jezus toe: "Heer, ik kan het niet meer, en toch moet ik tot steun zijn voor mijn kinderen; ik kan niet verder zien dan drie meter en ik moet in de toekomst kijken om mijn kinderen de weg te wijzen. Helpt U me: opdat ik met Uw ogen kan zien, mijn Christus!"

Torreciudad

Retabel van het heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Torreciudad

In de maand mei ondernam de stichter zijn laatste reis: een bezoek aan het heiligdom van Torreciudad, waarvan de bouw praktisch klaar was. Hij bleef lang en aandachtig kijken naar het retabel met scènes uit het leven van Maria en, in het midden, van boven naar beneden, het tabernakel en de geliefde afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Torreciudad.

In die maanden zei hij vaak als schietgebed, de woorden van de psalm: "Uw gelaat, Heer, wil ik zoeken", "Heer, ik wil zo graag uw gezicht zien, uw gelaat bewonderen, aanschouwen... Ik houd zo veel van U, ik verlang zo naar U, Heer!"


Terwijl hij keek naar Onze Lieve Vrouw van Guadalupe

Op 26 juni 1975 stond Jozefmaria vroeg op, zoals gewoonlijk. Hij deed een half uur gebed voor het Allerheiligste en las de heilige Mis rond acht uur. Na een snel ontbijt droeg hij twee van zijn medewerkers op een bezoek te brengen aan een bepaald persoon om hem te zeggen: “Sinds jaren draag ik elke dag de heilige Mis op voor de Kerk en de paus. [...] Vandaag nog heb ik mijn leven aan God opgedragen voor de paus."

Om half tien vertrok hij naar Castelgandolfo, waar hij een ontmoeting had met een groep vrouwen van het Opus Dei, in het Romeins College van de Heilige Maria. Het was een zeer warme dag. Tijdens de rit erheen bad hij de Rozenkrans en voerde hij een aangenaam gesprek.

Een afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe, Mexico

Daar aangekomen, zei hij tegen de jonge vrouwen: “Julie hebben een priesterlijke ziel. Dat herhaal ik elke keer dat ik hier kom. [...] Ik neem aan dat jullie van alle omstandigheden gebruik maken om te praten met God en met zijn gezegende Moeder, onze Moeder, en met de heilige Jozef, onze Vader en Heer, en met onze engelbewaarders. Met het doel om de heilige Kerk te helpen, onze Moeder, die het momenteel zo moeilijk heeft. Wij moeten de Kerk en de paus, wie hij ook is, zeer liefhebben. Vraagt aan de Heer dat onze dienst aan de Kerk en aan de Heilige Vader doeltreffend mag zijn."

Toen er zo'n twintig minuten waren verstreken, voelde de heilige Jozefmaria zich niet goed. Ze gingen terug naar Rome. Álvaro del Portillo en Javier Echevarría vergezelden hem. Aangekomen in de Villa Tevere, groette hij de Heer in het tabernakel en begaf zich naar zijn werkkamer. Net over de drempel van de deur, na een liefdevolle blik naar het Mariabeeld in zijn kamer te hebben gericht, zei hij tegen Javier:

“Javi!…Ik voel me niet goed.”

Toen zakte hij in elkaar op de vloer.

Tijdens zijn verblijf in Mexico in 1970 had hij een oud schilderij aanschouwd dat de Maria van Guadelupe uitbeeldde die een roos aan de indiaan Juan Diego gaf. Hij had gezegd het fijn te vinden om zo te sterven: kijkend naar Maria terwijl zij hem een bloem aanbiedt. Het was een afbeelding van Onze Lieve Vrouw van Guadelupe, die in zijn werkkamer hing, dat zijn laatste blik op aarde opving.