Opa's vrolijke vruchtbaarheidsgeloof

Eerlijk is eerlijk: de kans dat De Da Vinci Code in deze krant een positief onthaal zou krijgen, was bij voorbaat al minimaal. Wat wil je, met een boek dat tweeduizend jaar christelijk geloof in de hoek zet als misleiding, machtsmisbruik en mannenpraat - een treurig intermezzo in de eeuwenoude verering van het heilige vrouwelijke, het evenwicht van Yin en Yang, de godin in ieder van ons? Zoiets.

De Da Vinci Code

De Da Vinci Code

Dan Brown. Uitg. Luitingh-Sijthoff, Den Haag 2004. 429 blz., E 18,95

Ik ben er toch zo blanco mogelijk aan begonnen. Wie weet zaten er leermomenten in, en het zou zelfs nog een goeie thriller kunnen zijn. Dat laatste viel al tegen. Dan Brown staat op een station dat veel christelijke thrillerschrijvers al lang zijn gepasseerd: hij wil zo graag een boodschap overbrengen, dat het hem niet meer interesseert een goed verhaal te vertellen. In onze jaarlijkse Gids voor het Christelijke Spannende Boek wordt dat zwaar aangerekend; het levert een boek hooguit een waardering van één ster op (uit het maximum van vijf). Nou goed, de achtervolgingsscènes die Brown in elkaar knutselt, hebben een zekere verdienste. Twee sterren, in een eventuele Gids voor het Vaag-Religieuze Spannende Boek. Meer niet.

Personages houden onderweg en aan de thee de meest onwaarschijnlijke colleges, waar je als toehoorder bij in slaap zou vallen. Maar nee, Sophie Neveu - specialiste in het ontsleutelen van codes - wordt er nota bene verliefd bij, op geschiedenisprofessor Robert Langdon. Nou ja, zij zit ook alleen maar in het verhaal omdat in een thriller een mooie jonge vrouw hoort.

Conservator

Het verhaal begint met de gewelddadige dood van een conservator van het Louvre in Parijs. Dat gebeurt op de avond dat Langdon een afspraak met hem had; Jacques Saunière had een geheim te onthullen. Hij was opperbewaarder, namens een geheim genootschap, van de geheime relieken van Maria Magdalena. Hij heeft nog kans gezien zijn levenseinde te versleutelen in allerlei codes om zijn kleindochter - Sophie is zijn kleindochter - en Langdon de weg te wijzen naar dat grote geheim, dat het einde zou inluiden van het christendom zoals wij dat kennen.

Want Maria Magdalena was - in Browns versie van de kerkgeschiedenis - met Jezus getrouwd en samen hadden ze ook een kind. Zij was eigenlijk zijn uitverkoren apostel om zijn boodschap - liefde, vrede, de eeuwige eenheid van het mannelijke en het vrouwelijke - verder te brengen. Zo vertelden ook tientallen levensbeschrijvingen over Hem, die in omloop waren. Maar de kerk, keizer Constantijn voorop, heeft die boodschap de kop ingedrukt. Het Concilie van Nicea schrapte alle evangeliën op de vier bekende na. En het zette Jezus apart van mensen door uit te spreken dat Hij zelf ook God was.

Maar de eeuwen door zijn er ondergrondse genootschappen geweest - de Priorij van Sion, de tempeliers - die relieken en documenten van het geheim van Jezus en Maria Magdalena hebben bewaard. Ze hadden illustere aanhangers als Newton, Botticelli, Victor Hugo, Leonardo da Vinci. Nooit opgevallen, op Leonardo's bekende schildering van het Laatste Avondmaal, dat de discipel aan Jezus' rechterhand er zo vrouwelijk uitziet? Dat is dus eigenlijk Maria Magdalena.

Sophie en Langdon - Brown noemt haar steeds bij de voornaam, hem bij de achternaam - gaan op de aanwijzingen van grootvader Saunière naar de 'graal' op zoek. Op hun hielen zit een priester van de orthodoxe katholieke organisatie Opus Dei, die de geheime relieken ook op het spoor is.

Brown presenteert zijn geloofsgetuigenis met een verve die tweeduizend jaar christendom doet verbleken tot tragisch gestuntel. Ach, wat hebben we ons toch laten inpakken door dat mannenbolwerk van de kerk, wat is de vrouw eronder gehouden, wat hebben mannen hun vrouwelijke kant onderdrukt. En waarom zijn we al die eeuwen naar de kerk blijven gaan, in plaats van naar bed, waar de goddelijke vonk bij uitstek overspringt?

Sophie heeft ooit als kind ongewild een seksritueel gezien bij opa thuis, waarbij hij voorging, als het ware. Toen was ze geschokt. Nu ze hoort wat een diepe spiritualiteit zijn heupen bewoog, staan de tranen haar in de ogen: wat heeft ze opa destijds verkeerd beoordeeld.

Ze zou blij moeten zijn, dat ze uit handen van opa's vrolijke vruchtbaarheidsgeloof is gebleven. Mannen hadden daar wel weg met haar geweten.

Alleenheerser

Dan Brown huldigt een bijzonder cynische opvatting van geschiedenis. Die wordt geschreven door de winnaars. Keizer Constantijn koos uit machtsmotieven het christendom als staatsgodsdienst. Vanaf dat moment gold zijn waarheid en die van de kerk. Wat daar niet in paste, werd geschrapt.

En Brown zelf dan? Die schrijft geschiedenis als alleenheerser, tussen voor- en achterflap van zijn boek. Hij gaat zo met de feiten op de loop, daar kun je niets meer mee als je in de echte wereld leeft. Alsof, bijvoorbeeld, het Concilie van Nicea de goddelijke natuur van Christus uit een hoge hoed heeft gegoocheld. En tientallen populaire levensbeschrijvingen van Christus in de ban werden gedaan. Terwijl Nicea vooral heeft vastgelegd wat de jonge kerk juist vanaf het begin in het spoor van de apostelen geloofde.

Zo vijandig tegenover het vrouwelijke was de kerk ook niet; was Maria anders ooit tot zo hoge eer gestegen? En verder: de zogenaamde Priorij van Sion heeft nooit bestaan. De tempeliers waren geen geestelijke orde. Op schilderijen is het Jezus' geliefde discipel Johannes, die traditiegetrouw als een mooie jongeman met lang haar wordt afgebeeld. Van een huwelijk van Jezus wist ook de vroege, apocriefe zijtak van het christendom - de gnostiek - niets. Laat staan van nageslacht, dat in de vroege middeleeuwen zou zijn ingetrouwd in het Franse koningshuis. Hier nadert Dan Browns geloof de regionen van het bizarre.

En meer dan dat. Op pagina 295 ontvouwt hij de theorie dat de Joden vroeger geloofden dat in het heilige der heiligen van de tempel naast Jahweh ook zijn vrouwelijke evenknie Shekinah woonde. Daar wordt het blasfemisch: een moment om het boek dicht te slaan.

En de suggestie dat Opus Dei moorden geoorloofd acht in het belang van de waarheid, grenst aan - of is - laster.

Historisch een prul, als thriller gefaald. Een cocktail van vaag-christelijk gewauwel, dat vooral seksualiteit met een sluier van zingeving omhult. Is het boek daarom dan zo'n rage in Amerika? Zegt dat iets over de modieuze hang naar spiritualiteit?

Kerken vragen zich wanhopig af waarom ze nog zo moeilijk aansluiting vinden bij zoekende mensen. Men zegt dat die vandaag het liefst bij een soort Gamma hun eigen spiritualiteit in elkaar knutselen. Na lezing van De Da Vinci Code ben ik geneigd dat een belediging voor de Gamma te vinden. Dan Brown scheept mensen af met een glimmend, maar gammel wandmeubel, dat in elkaar zakt zodra je er een boek in zet of ertegen blaast.

  • Wim Houtman // Nederlands Dagblad