Tweede glorievolle geheim

Jezus stijgt op ten hemel
het leven op aarde, dat wij liefhebben, is niet het definitieve; want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zijn op zoek naar de toekomstige definitieve woonplaats.

Toen bracht Hij hen buiten de stad tot bij Betanië. Daar hief Hij zijn handen en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen en werd Hij in de hemel opgenomen. Zij vielen voor Hem op de knieën en keerden daarna in grote vreugde terug naar Jeruzalem. Zij bleven voortdurend in de tempel en prezen God. (Lc, 24-50-53)

Het feest van de Hemelvaart van de Heer suggereert ons nog een andere realiteit: dat Christus, die ons aanspoort tot deze taak in de wereld, in de hemel op ons wacht. Met andere woorden: het leven op aarde, dat wij liefhebben, is niet het definitieve; want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zijn op zoek naar de toekomstige (Hebr. 13, 14), definitieve woonplaats.

Laten wij er wel voor waken, dat wij het Woord Gods niet vanuit een bekrompen standpunt interpreteren. De Heer verlangt niet dat wij tijdens ons aardse bestaan ongelukkig zijn en alleen maar hopen op de troost van het hiernamaals. God wil ons ook hier reeds gelukkig zien, maar wel zo dat wij met groot verlangen uitzien naar de uiteindelijke vervulling van dat andere geluk, dat alleen Hij volop kan schenken.

Hier op aarde schenken de beleving van de bovennatuurlijke realiteiten - de werking der genade in onze zielen en de liefde tot de naaste als rijpe vrucht van de liefde tot God - ons al een voorsmaak van de hemel, een pril begin dat van dag tot dag hoort te groeien. Wij christenen leiden geen dubbel leven. Ons leven vormt een eenvoudige en sterke eenheid die al ons handelen doordringt.

Christus verwacht ons. Laat ons nu reeds leven als burgers van de Hemel (Fil. 3, 20), terwijl wij nog volledig leven als burgers van de wereld te midden van alle moeilijkheden, onrechtvaardigheden en onbegrip, maar ook te midden van de vreugde en de rust die voortkomen uit de wetenschap dat wij de geliefde kinderen van God zijn. Laten wij volharden in de dienst van onze God, en wij zullen ervaren hoe dit christelijke vredesleger, dit medeverlossend volk, groeit in aantal en in heiligheid. Laten wij beschouwende zielen zijn, die in een voortdurende dialoog op elk ogenblik van de dag omgaan met de Heer, vanaf onze eerste gedachte 's morgens tot aan de laatste van de avond, door steeds ons hart op Christus onze Heer gericht te houden, door tot Hem te gaan aan de hand van onze heilige Moeder Maria, en dóór Hem tot de Vader en de heilige Geest.

Indien ondanks alles de hemelvaart van Jezus in ons hart een bittere nasmaak van droefenis achterlaat, laten wij dan tot zijn Moeder gaan, juist zoals de apostelen deden: toen keerden zij naar Jeruzalem terug- Zij bleven eensgezind volharden in het gebed- met Maria, de Moeder van Jezus (Hand. 1, 12-14).

Als Christus nu langskomt, 126

Nu onderricht de Meester zijn leerlingen: Hij heeft hun geest ontvankelijk gemaakt voor het begrijpen van de Schriften, en neemt hen als getuigen van zijn leven en zijn wonderen, van zijn lijden en sterven, en van de heerlijkheid van zijn verrijzenis (Lc. 24, 45.48).

Dan leidt Hij hen naar Betanië, heft zijn handen omhoog en zegent hen. - En terwijl Hij hen zegent, verwijdert Hij zich van hen en stijgt op ten hemel (Lc. 24, 50), totdat een wolk Hem aan hun ogen onttrok (Hand. 1, 9).

Jezus is weer bij de Vader. - Twee engelen in witte gewaden komen naderbij en zeggen ons: Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? (Hand. 1, 11).

Petrus en de anderen keren met grote blijdschap - cum gaudio magno - terug naar Jeruzalem (Lc. 24, 52). Het is rechtvaardig dat Christus' heilige Mensheid nu hulde, lof en aanbidding ontvangt van alle engelenkoren en van alle legioenen der gelukzaligen in de hemel.

Maar jij en ik voelen ons als wezen: we zijn bedroefd, en we gaan troost zoeken bij Maria.

De Heilige Rozenkrans, tweede glorievolle geheim