Vijfde glorievolle geheim

Maria wordt in de hemel gekroond
Er bestaat geen gevaar voor overdrijving. Wij zullen dit onuitsprekelijke mysterie nooit voldoende doorgronden; wij kunnen onze Moeder nooit genoeg dankzeggen voor die innige omgang met de Drie-eenheid die zij ons heeft geschonken.

Er bestaat geen gevaar voor overdrijving. Wij zullen dit onuitsprekelijke mysterie nooit voldoende doorgronden; wij kunnen onze Moeder nooit genoeg dankzeggen voor die innige omgang met de Drie-eenheid die zij ons heeft geschonken.

Vrienden van God, 276

Je bent volmaakt mooi, er is geen smet op je! - Een gegrendelde hof ben je, mijn zuster, Bruid, een gegrendelde hof, een verzegelde bron. - Veni: coronaberis. - Kom, je zult gekroond worden (Hoogl. 4, 7,12.8).

Ook jij en ik zouden haar tot Koningin en Heerseres over heel de schepping gemaakt hebben, als wij de macht daartoe hadden.

Er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw met een kroon van twaalf sterren op haar hoofd. - Bekleed met de zon. - De maan aan haar voeten (Apok. 12,1). Maria, Maagd zonder smet, heeft de val van Eva hersteld: en zij heeft met haar onbevlekte voet de kop van de helse draak vertrapt. Dochter van God, Moeder van God, Bruid van God.

De Vader, de Zoon en de heilige Geest kronen haar tot Koningin van het heelal.

En de engelen bewijzen haar de verschuldigde eer als onderdanen..., en ook de patriarchen, de profeten en de apostelen..., en de martelaren, de belijders, de maagden en alle heiligen..., en alle zondaars en jij en ik.

De heilige Rozenkrans, 15

Het is terecht dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest de Maagd Maria kronen tot Koningin en Heerseres van heel de schepping.

Profiteer van haar macht! Heb de kinderlijke moed je aan te sluiten bij dit feest in de hemel. Omdat ik geen kostbare edelstenen of deugden heb aan te bieden, kroon ik de Moeder van God, die ook mijn Moeder is, met de kroon van mijn fouten, die ik heb uitgeboet.

Vooruit maar!

De Smidse, 285

De Maagd Maria. Wie kan een groter Meesteres in de liefde tot God zijn dan deze Koningin, deze Vrouwe, deze Moeder die in de intiemste betrekking staat tot de Allerheiligste Drieëenheid: Dochter van God de Vader, Moeder van God de Zoon, Bruid van God de Heilige Geest, en bovendien onze Moeder.

Roep haar voorspraak in.

De Smidse, 555

Heb deze zekerheid: als Moeder hebben wij de Moeder van God, de allerheiligste Maagd Maria, Koningin van hemel en aarde.

De Smidse, 273

Heilige Maria, Regina apostolorum, koningin van de apostelen, koningin van allen die vurig verlangen de liefde van uw Zoon te verbreiden. Gij die alles weet van onze beperktheden, vraag om vergiffenis voor ons leven, vergiffenis voor wat in ons vuur had kunnen zijn en slechts as was. Vergiffenis voor het licht dat uitdoofde, voor het zout dat smakeloos werd. Moeder van God, smekende almacht, verkrijg voor ons, met die vergiffenis, de kracht om echt uit hoop en liefde te leven om zo aan anderen het geloof van Christus te kunnen brengen.

Als Christus nu langs komt, 175

Maria, de heilige moeder van onze koning en de koningin van ons hart, zorgt voor ons zoals alleen zij het kan doen. Barmhartige moeder, troon van genade, wij vragen u ons te helpen om van ons leven en dat van hen die ons omringen een ongekunsteld lied te maken dat couplet na couplet de liefde zal bezingen, quasi flumen pacis (Jes. 66, 12; 48, 18), als een stroom van vrede. Want gij zijt een oceaan van oneindige barmhartigheid: alle stromen vloeien naar de zee, maar de zee loopt nooit vol (Pred. 1, 7).

Als Christus nu langs komt, 187

Het goddelijk moederschap van Maria is de wortel van alle volmaaktheden en voorrechten waarmee zij getooid is. Op die titel werd zij onbevlekt ontvangen en is zij, vol van genade, steeds maagd gebleven, met ziel en lichaam ten hemel opgenomen en gekroond tot koningin van de hele schepping, boven de engelen en heiligen. Alleen God staat boven haar. “Vanwege het feit dat zij de moeder van God is, bezit de heilige Maagd een waardigheid die in zeker opzicht oneindig is, afgeleid van het oneindige goed dat God is” (H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I q25 a6 ad4). Er bestaat geen gevaar voor overdrijving. Wij zullen dit onuitsprekelijke mysterie nooit voldoende doorgronden; wij kunnen onze Moeder nooit genoeg dankzeggen voor die innige omgang met de Drie-eenheid die zij ons heeft geschonken.

Vrienden van God, 276