Vreugde, verdriet en hoop

“Weten jullie waarom het Werk zich zo geweldig heeft ontwikkeld? Omdat men ermee omgesprongen is als met een zak graan: men heeft het geslagen en mishandeld, maar de korrels zijn zo klein dat ze niet gebroken zijn, integendeel: het zaad werd naar alle windstreken uitgestrooid...” Vandaar de vreugde van de stichter toen hij de juridische weg vond die gehuwden in staat stelde om van het Opus Dei deel uit te maken.

Biografie
Opus Dei - Vreugde, verdriet en hoop

De heilige Jozefmaria met een groep vrouwen in Rome.

“Weten jullie waarom het Werk zich zo geweldig heeft ontwikkeld? Omdat men ermee omgesprongen is als met een zak graan: men heeft het geslagen en mishandeld, maar de korrels zijn zo klein dat ze niet gebroken zijn, integendeel: het zaad werd naar alle vier de windstreken uitgestrooid...”

Sinds het begin van zijn apostolaat met jongeren, had Jozefmaria tegen sommigen van hen gezegd dat ze roeping voor het huwelijk hadden. Roeping in de eigenlijke betekenis van het woord. In De Weg had hij al geschreven: "Moet je lachen omdat ik je zeg dat je 'roeping voor het huwelijk' hebt? - Welnu, die heb je: een echte roeping. - Beveel jezelf bij de heilige Rafaël aan, opdat hij je kuis tot aan het einde van de weg leidt, zoals hij ook Tobias geleid heeft."

En in Als Christus nu langs komt lezen we: “Het huwelijk is voor een christen geen puur maatschappelijke instelling en nog veel minder alleen maar een geneesmiddel voor de menselijke zwakheid. Het huwelijk is een waarachtig bovennatuurlijke roeping. Zoals de heilige Paulus zegt (Ef 5,32); een groot sacrament in Christus en in de Kerk. Tevens en onafscheidelijk daarmee verbonden is het een verbond, dat door man en vrouw voor altijd wordt gesloten. Want, of wij het willen of niet, het door Christus ingestelde huwelijk is onontbindbaar. Het huwelijk is een gewijd teken dat heiligt, een actief ingrijpen van Jezus, die de ziel van de huwenden vervult en hen uitnodigt Hem te volgen en zo hun huwelijksleven te veranderen in een goddelijke weg op aarde.”

De vreugde van de stichter was dan ook groot, toen hij eind jaren veertig de juridische weg vond die gehuwden in staat stelde om van het Opus Dei deel uit te maken. Zo spoedig mogelijk organiseerde hij een reeks bezinningsdagen in Molinoviejo, in de buurt van Madrid, voor de talrijke mensen die in staat leken om zich binnen het Opus Dei in hun huwelijk volledig aan God te geven.

Reactie op onbegrip

De heilige Jozemaria met twee leden van het Opus Dei uit Ierland en Ecuador

Tegelijkertijd stond God in die jaren zware beproevingen toe in het leven van de heilige Jozefmaria. Bijvoorbeeld, in 1951 voorvoelde hij dat iets heel ernstigs hem en het Werk zou treffen. Hij vertrouwde zijn geestelijke kinderen in Rome toe: "Ik voel me als een blinde die zich moet verdedigen, maar alleen met zijn stok in de lucht kan slaan; want ik weet niet wat er aan de hand is, maar er is iets aan de hand...”

Daar hij niet wist tot wie hij zich hier op aarde kon richten, wendde hij zich tot de hemel. Hij besloot op 15 augustus een bedevaart te maken naar het heiligdom van Loreto om het Werk aan Maria toe te wijden. De reis had een boetekarakter door de verzengende hitte en de ongemakken die uit zijn suikerziekte voortkwamen. Na de heilige Mis te hebben gevierd, vertrouwde hij het Opus Dei aan Maria toe en riep haar moederlijke bescherming in. Op de terugreis was hij geheel gerustgesteld. Vanaf die tijd herhaalde hij vaak, en spoorde anderen aan te herhalen, de aanroeping Cor Mariae dulcissimum, iter para tutum! (“Allerliefste hart van Maria, bereid ons een veilige weg”).

Het antwoord uit de hemel liet niet lang op zich wachten. De aartsbisschop van Milaan, kardinaal Schuster, inmiddels zaligverklaard, aan wie het beginnende apostolaat van het Werk in zijn stad aan het hart ging, deed Jozefmaria telefonisch via Giovanni Udaondo de volgende waarschuwing toekomen:

“Hoe gaat het met jullie stichter?”

“Erg goed!” antwoordde hij, zich niet bewust dat er iets mis was.

“Maar hoe draagt hij zijn kruis? Moet hij niet de last van een bepaalde terugslag, een zeer zwaar kruis dragen?”

“Welnu, als dat het geval is dan zou hij heel erg blij zijn, want hij heeft ons altijd geleerd dat we heel dicht bij Jezus staan als we dicht bij het Kruis staan.”

“Zegt hem dat hij op zijn hoede moet zijn. Dat hij zich zijn landgenoot, de heilige Jozef van Calasanz en ook de heilige Alphonsus Liguori moet herinneren... En dat hij op moet schieten!”

Loreto, 15 augustus 1951

Dat was een duidelijke waarschuwing. Beide heiligen waren zwaar vervolgd. De stichter bezocht vele belangrijke prelaten, maar het leek wel of niemand ergens vanaf wist. Uiteindelijk kreeg hij kardinaal Tedeschi zover een brief direct aan Pius XII te overhandigen. De paus las de brief op 18 maart 1952 en maakte onmiddellijk een einde aan de intriges.

De heilige Jozefmaria zou er uiteindelijk achter komen wie achter de intriges zaten. Maar hij onthulde het niet. Hij wilde niet dat er iets zou uitlekken naar zijn geestelijke zoons en dochters, omdat hij bang was dat het zou kunnen leiden tot een gebrek aan naastenliefde. Hij wilde alleen vergeven. Hij was ervan onvertuigd dat deze personen, evenals anderen die al eerder het Werk hadden aangevallen, dat gedaan hadden obsequium se putantes praestare Deum "omdat zij dachten God te dienen". Hij zag in dat voor sommigen de theologische en pastorale nieuwe visie moeilijk te begrijpen was, en daarom zouden zij het voordeel van de twijfel moeten krijgen, zelfs als zij verkeerd handelden door ergens tegen te zijn waar ze weinig of helemaal niets van begrepen. Om kort te gaan, het Werk ging onder bescherming door en de lasteraars werden vergeven.

Jaren later vertouwde Jozefmaria zijn geestelijke kinderen toe: "Weet je waarom het Werk zich zo geweldig heeft ontwikkeld? Omdat men ermee omgesprongen is als met een zak graan: men heeft het geslagen en mishandeld, maar de korrels zijn zo klein dat ze niet gebroken zijn, integendeel: het zaad werd naar alle windstreken uitgestrooid, viel op alle menselijke kruispunten waar harten naar waarheid hongeren, omdat ze van goede wil zijn; we hebben nu veel roepingen, we vormen een talrijk gezin en er zijn miljoenen mensen die het Werk bewonderen en liefhebben, omdat zij er een teken van Gods tegenwoordigheid onder de mensen in zien, omdat zij Gods barmartigheid bemerken, die onuitputtelijk is.” Jaren van vrijwillige afzondering volgden. De stichter moest leiding gaan geven aan de uitbreiding van het Werk.

De kapel van het heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Loreto, Italië

Een andere karakteristieke eigenschap van de stichter was dat hij steeds zijn toevlucht nam tot bovennatuurlijke middelen. Op 14 mei 1951, bijvoorbeeld, wijdde hij de families van de leden van het Opus Dei toe aan de Heilige Familie van Nazareth, in verband met een lastercampagne die voor ongerustheid had gezorgd onder de ouders van leden van het Werk in Italië.

“…O Jezus, onze allerbeminnelijkste Verlosser, die gekomen zijt om de wereld te verlichten, met uw voorbeeld en uw leer. U hebt het grootste deel van uw leven willen doorbrengen in onderdanigheid aan Maria en Jozef, wonend in het eenvoudige huis in Nazareth, en zo het gezin geheiligd dat als model moest dienen voor alle christelijke gezinnnen. Aanvaard genadig de toewijding van de families van uw kinderen in het Opus Dei, die wij nu verrichten. Neem ze onder uw bescherming en hoede en geef dat zij het goddelijke voorbeeld van uw Heilige Familie navolgen.”