H Jozefmaria Dagelijkse teksten

“Het nieuwe gebod van de liefde”

De Heer hield zoveel van de mensen, dat Hij vlees geworden is en onze menselijke natuur aannam. Hij wilde dagelijks in contact zijn met armen en rijken, met rechtvaardigen en zondaars, met jongeren en ouderen, met heidenen en joden. Hij sprak met iedereen: met mensen die veel van Hem hielden, maar ook met hen die alleen maar probeerden zijn woorden te verdraaien om Hem te kunnen veroordelen. Probeer jij je te gedragen als de Heer? (De Smidse, 558)

Hoe begrijpelijk zijn het ongeduld, de beklemming en de onstuimige wensen van hen die zich met hun van nature christelijke ziel (vgl. Tertullianus, Apologeticus, 17 [PL 1, 375]) niet willen neerleggen bij de individuele en sociale ongerechtigheid, die het menselijk hart kan voortbrengen. Zoveel eeuwen al leven de mensen samen en nog altijd is er zoveel haat, zoveel verwoesting, zoveel fanatisme in ogen die niet willen zien en in harten die niet willen liefhebben.

De rijkdommen der aarde, verdeeld onder een paar mensen...., de cultuurgoederen aan een kleine kring voorbehouden. En daarbuiten honger naar brood en kennis... menselijk leven dat heilig is, omdat het van God komt- en dat behandeld wordt als een louter ding, als getallen van een statistiek. Ik begrijp en deel dat ongeduld dat mij ertoe drijft naar Christus op te zien, die ons voortdurend aanspoort om dat nieuwe gebod van de liefde te verwezenlijken. (...)

In onze broeders de mensen moeten wij Christus zien, die ons tegemoetkomt. Geen menselijk leven is geïsoleerd, maar ieder leven is met andere levens vervlochten. Geen enkel mens is als een losstaand vers, maar wij zijn wij allemaal deel van een en hetzelfde goddelijk gedicht, dat God met medewerking van onze vrijheid schrijft. (Als Christus nu langs komt, 111)