H Jozefmaria Dagelijkse teksten

“Het terechtwijzen ontvluchten”

Er gaat een enorme gemakzucht – en soms een groot gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef – schuil achter de houding van mensen met een leidende functie, die de onaangename taak uit de weg gaan iemand terecht te wijzen, met het excuus dat ze anderen niet willen laten lijden. Zij besparen zich in dit leven misschien wel narigheid..., maar zetten het eeuwig geluk – dat van zichzelf en dat van anderen – op het spel, door hun nalatigheden die zondig zijn. (De Smidse, 577)

Velen ervaren een heilige als 'ongemakkelijk', maar dat betekent niet dat hij onuitstaanbaar moet zijn.

Zijn ijver mag nooit bitter zijn; zijn terechtwijzing nooit grievend; zijn voorbeeld nooit een morele, arrogante klap in het gezicht van de naaste. (De Smidse, 578)

Daarom, als wij in ons eigen leven of in dat van anderen stuiten op iets wat niet deugt, iets wat geestelijke en menselijke hulp vergt die wij, kinderen van God, kunnen en moeten verlenen, zal een duidelijk blijk van verstandigheid bestaan uit het volledig, met liefde en kracht, met oprechtheid toedienen van het juiste geneesmiddel. Terughoudendheid is hier niet op haar plaats. Het is een grote vergissing te denken dat problemen opgelost worden door nalatigheid of uitstel.

Verstandigheid eist dat men – altijd als de situatie het vraagt – het medicijn volledig, zonder het te verzachten, gebruikt nadat men de kwaal gediagnostiseerd heeft. Bij het ontdekken van de kleinste ziektesymptomen moet men eerlijk en oprecht zijn, zowel bij het geven als bij het ontvangen van hulp. In die gevallen moet men goedvinden dat degene, die in staat is in naam van God heelmeester te zijn, de wond schoonmaakt, van buiten naar binnen, steeds dichter naar de kern, tot alle etter er uit is en de infectiehaard goed schoon achterblijft. Wij moeten dit eerst op onszelf toepassen. Daarna op de mensen die we om redenen van rechtvaardigheid en liefde verplicht zijn te helpen. In mijn gebed beveel ik in het bijzonder de ouders aan en degenen die zich op vormingsactiviteiten en onderwijs toeleggen. (Vrienden van God, 157)