Label: Liefde

Er zijn 33 resultaten voor "Liefde"

“Wij zijn allen broeders!”

De Apostel schreef ook dat “er geen onderscheid is tussen heiden en jood, besnedene en niet-besnedene, barbaar en scyth, slaaf en vrije, maar dat Christus alles is in allen”. Deze woorden gelden vandaag nog net zo als gisteren: voor de Heer bestaan er geen verschillen in land, ras, klasse, staat - Ieder van ons is in Christus opnieuw geboren, om een nieuw schepsel te zijn, een kind van God: wij zijn allen broeders en moeten ons broederlijk gedragen! (De Voor, 317)

“De Heer wil dat we blij zijn”

Maak er een gewoonte van om over alles en iedereen vriendelijk te spreken, vooral over hen die in dienst van God werken. En als dat niet kan, houd dan je mond! Ook bruuske en lichtvaardige commentaren kunnen uitlopen op kwaadsprekerij en laster. (De Voor, 902)

“God en de mensen dienen”

Iedere bezigheid – of die menselijk gezien belangrijk is of niet – moet voor jou een middel zijn om God en de mensen te dienen. Dat geeft de ware dimensie aan ons handelen. (De Smidse, 684)

“Het nieuwe gebod van de liefde”

De Heer hield zoveel van de mensen, dat Hij vlees geworden is en onze menselijke natuur aannam. Hij wilde dagelijks in contact zijn met armen en rijken, met rechtvaardigen en zondaars, met jongeren en ouderen, met heidenen en joden. Hij sprak met iedereen: met mensen die veel van Hem hielden, maar ook met hen die alleen maar probeerden zijn woorden te verdraaien om Hem te kunnen veroordelen. Probeer jij je te gedragen als de Heer? (De Smidse, 558)

“De anderen het leven aangenaam maken”

Zolang je ervan overtuigd blijft dat anderen altijd in hun leven voor jou klaar moeten staan, zolang je niet het besluit neemt om te gaan dienen - verborgen te blijven en te verdwijnen - zal het contact met je broeders, je collega's en je vrienden voor jou een voortdurende bron zijn van ongenoegen, slechte stemming: van hoogmoed. (De Voor, 712)

“Het terechtwijzen ontvluchten”

Er gaat een enorme gemakzucht – en soms een groot gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef – schuil achter de houding van mensen met een leidende functie, die de onaangename taak uit de weg gaan iemand terecht te wijzen, met het excuus dat ze anderen niet willen laten lijden. Zij besparen zich in dit leven misschien wel narigheid..., maar zetten het eeuwig geluk – dat van zichzelf en dat van anderen – op het spel, door hun nalatigheden die zondig zijn. (De Smidse, 577)

“Elkaar vergeven”

Met veel aandrang predikte de apostel Johannes het mandatum novum, het nieuwe gebod: “Hebt elkaar lief!” Ik zou jullie op de knieën willen smeken - zonder theater, want het komt recht uit mijn hart - om uit liefde tot God van elkaar te houden, elkaar te helpen, elkaar de hand te reiken, elkaar te vergeven. Geef daarom geen ruimte aan de hoogmoed! Heb begrip voor elkaar, verzorg de naastenliefde, help elkaar met gebed en oprechte vriendschap. (De Smidse, 454)

“Nooit zul je voldoende beminnen”

Al bemin je nog zoveel, nooit zul je voldoende beminnen. Het menselijk hart heeft een enorm expansievermogen. Wanneer het bemint, dan breidt het zich uit in een crescendo van genegenheid dat alle hindernissen overwint. Indien je de Heer bemint, dan zal er geen schepsel zijn dat geen plaats vindt in jouw hart. (De Kruisweg, achtste statie, nr. 5)

“Jullie zullen een steun zijn voor elkaar”

Als je in staat bent van anderen te houden en je deze genegenheid - die wortelt in de fijngevoelige liefde van Christus - onder allen verbreidt, zullen jullie een steun zijn voor elkaar. En mocht iemand dreigen te vallen, dan zal hij zich door die broederlijkheid gesteund en aangespoord voelen om trouw te zijn aan God. (De Smidse, 148)