Geschiedenis

Beknopte geschiedenis van het Opus Dei en haar activiteiten in Nederland.

Geschiedenis
Opus Dei - Geschiedenis In 1961 bezocht de stichter van het Opus Dei Leidenhoven in Amsterdam. Op de foto vlnr: Hermann Steinkamp, Desmond Sweeny, H. Jozefmaria Escrivá en Jos Vall

In 1959 begint het Opus Dei in Nederland te werken op het moment dat Hermann Steinkamp zich als pas gewijde priester in Amsterdam vestigt. Twee jaar later komen leden uit Ierland en Spanje naar Nederland en gaat studentenhuis Leidenhoven in Amsterdam van start, het eerste gemeenschappelijke initiatief. Daarna volgen andere initiatieven, waaronder studentenhuis Aenstal en De Borcht. In 1972 geeft kardinaal Alfrink schriftelijk toestemming voor de start van het Opus Dei in het aartsbisdom Utrecht, waarbij hij vermeldt: Crescat opus ad Dei gloriam et hominum salutem (dat het werk mag groeien tot eer van God en heil van de mensen). De initiatieven in Utrecht zijn studentenhuis Lepelenburg en studentenhuis Hogeland en in de jaren 80 gaan in Maastricht Den Eker en Koperwiek van start. In 1987 begint conferentieoord Zonnewende in Moergestel.

Gelovigen van het Opus Dei wonen verspreid over het land. Er zijn momenteel circa 150 leden en 300 medewerkers.

De heilige Jozefmaria Escrivá in Nederland

De stichter van het Opus Dei is verschillende keren in Nederland geweest. In de jaren 1955 -1958 kwam hij om de komst van het Opus Dei voor te bereiden. In 1961 bracht hij een bezoek aan studentenhuis Leidenhoven in Amsterdam.

Van deze reizen is niet veel bekend. Steinkamp: “Zijn eerste bezoek was in december 1955. Hij reisde per auto vanuit Rome door Zwitserland, Frankrijk en België naar Nederland. Later vertelde hij dat hij zich de aankomst in Amsterdam goed kon herinneren. Hij kwam in de late middag in de schemering met mist aan. Als buitenlander keek hij verbaasd naar een zee van lichtjes die door de straten zweefden: het bleken fietsers te zijn die in het spitsuur naar huis gingen."

Op een van deze reizen bezocht hij ook de Onze Lieve Vrouwekerk aan de Keizersgracht. Steinkamp: “Hij kwam met zijn latere opvolger Álvaro del Portillo, die een afspraak had met een pater redemptorist in het naast de Onze Lieve Vrouwekerk gelegen klooster. De kerk heeft een zijaltaar met een beeldenreliëf van de stervende sint Jozef die in zijn laatste ogenblikken wordt bijgestaan door Jezus en Maria. Dit tafereel trok de aandacht van Escrivá. Hij bleef er een tijdje bidden. De pastorale zorg van de Onze Lieve Vrouwekerk is nu toevertrouwd aan priesters van het Opus Dei. Omdat de stichter er is geweest heeft de kerk extra betekenis voor ons". Álvaro del Portillo, de naaste medewerker en latere opvolger van de heilige Jozefmaria, heeft ook gesproken met mgr. Van Dodewaard, op dat moment coadjutor van het bisdom Haarlem, die daarna de goedkeuring heeft gegeven voor de komst van het Opus Dei naar Amsterdam.

De heilige Jozefmaria (midden) in de buurt van Nijmegen. Links op de foto staat de zalige Álvaro del Portillo.

Hart onder de riem

De laatste keer dat de stichter naar Nederland kwam was op 6 september 1961. Hij werd vergezeld door de zalige Álvaro del Portillo en door de huidige prelaat van het Opus Dei, Javier Echevarría. Ze bezochten een recent gehuurd pand, Leidenhoven, in de Amsterdamse Roemer Visscherstraat, waar een maand daarvoor de eerste drie leden van het Opus Dei in Nederland waren ingetrokken. Steinkamp: “Het huis was in verbouwing en ook door het ontbreken van meubilair konden we de stichter geen fatsoenlijke ontvangst bieden. Hij zei echter dat hij voor de vogels was gekomen en niet voor de kooi. We konden de gasten alleen wat limonade aanbieden die we schonken in oude bekers en kopjes zonder oren. Bij het zien van deze toestand wilde de stichter dat we met hem gingen eten in een restaurant. Hijzelf at bijna niets, maar hij genoot er zichtbaar van dat wij sinds lange tijd weer van een goede maaltijd konden genieten."

Volgens Steinkamp was Escrivá die laatste keer vooral gekomen om de eerste leden een hart onder de riem te steken: “Alle begin is moeilijk. Het Rijke Roomse Leven straalde nog pracht en praal uit. Van een collega-priester kreeg ik te horen: “Wat kom je hier eigenlijk doen? We hebben hier alles al". Door een wijd verbreid klerikalisme werd de seculiere geest van het Opus Dei niet door iedereen begrepen. De stichter moedigde ons aan met geduld door te werken. Hij herinnerde ons eraan dat Nederland in het recente verleden het land was dat in absolute getallen de meeste missionarissen aan de Kerk had gegeven."