God pint ons niet vast op onze zonden

​Voorafgaand aan het Angelus-gebed gaf paus Franciscus op de 5de Zondag in de Veertigdagentijd een korte overweging over de parabel van de overspelige vrouw en “Gods barmhartigheid die nooit de dood van de zondaar wil, maar dat hij zich bekeert en leeft”.

Van de paus
Opus Dei - God pint ons niet vast op onze zonden Christus en de overspelige vrouw (detail, Rembrandt, 1644). De zojuist door Christus vrijgesproken vrouw is stralend wit.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Het Evangelie van deze vijfde zondag in de Vasten (vgl. Joh 8: 1-11) is heel mooi, ik lees en herlees het heel graag. Het verhaalt de geschiedenis van de overspelige vrouw en belicht het thema van Gods barmhartigheid die nooit de dood van de zondaar wil, maar dat hij zich bekeert en leeft. Het tafereel speelt zich of op het Tempelplein. Stelt u zich dat hier voor, op het Sint-Pietersplein. Jezus geeft onderricht en zie, er komen enkele schriftgeleerden en farizeeën aan met een vrouw die op overspel betrapt is. Zo bevindt deze vrouw zich in het midden, tussen Jezus en de menigte (vgl. Joh 8: 3), tussen de barmhartigheid van Gods Zoon en het geweld, de woede van haar aanklagers. In feite zijn zij niet gekomen om het advies van de Meester te vragen – zij hadden geen goede bedoelingen – maar om Hem een valstrik te spannen. Als Jezus de gestrengheid van de Wet volgt door de steniging van de vrouw goed te keuren, zal Hij namelijk zijn reputatie van zachtmoedigheid en goedheid verliezen die het volk zo fascineert; wil Hij daarentegen barmhartig zijn, dan zal Hij moeten ingaan tegen de Wet, waarvan Hij zelf gezegd heeft dat Hij ze niet wil afschaffen maar vervullen (vgl. Mt 5: 17). In die situatie bevindt Jezus zich.

Gods barmhartigheid wil nooit de dood van de zondaar,
maar zijn bekering; dat hij leeft.

Deze slechte bedoeling ligt verborgen achter de vraag die zij Jezus stellen: “maar Gij, wat zegt Gij ervan?” (Joh. 8, 5). Jezus antwoordt niet, Hij zwijgt en maakt een mysterieus gebaar: “Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond” (Joh. 8, 6). Misschien maakt Hij een tekening, sommigen zeggen dat Hij de zonden van de farizeeën neerschrijft … hoe dan ook, Hij schrijft, alsof Hij elders is. Zo nodigt Hij iedereen uit tot kalmte, om niet impulsief te handelen maar Gods gerechtigheid te zoeken. Maar zij die slechte bedoelingen hadden, dringen aan en verwachten een antwoord van Hem. Men zou zeggen dat zij dorst hebben naar bloed. Dan richt Jezus zich op en zegt: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen” (Joh. 8, 7). Dit antwoord verrast de aanklagers en ontwapent hen allemaal in de ware zin van het woord: zij leggen hun wapens neer, de stenen namelijk die zij wilden gooien, echte stenen voor de vrouw, figuurlijke stenen voor Jezus. En terwijl de Heer op de grond blijft schrijven, tekenen, ik weet het niet … druipen de aanklagers één voor één af, met gebogen hoofd, de oudsten het eerst; zij die het meest beseffen niet zonder zonde te zijn. Hoe goed doet het ook ons te beseffen dat wij zondaars zijn! Wanneer wij kwaadspreken – iets dat wij heel goed kennen – hoe goed zou het ons doen de stenen neer te leggen die wij naar anderen willen werpen en een beetje aan onze eigen zonden te denken!

Dierbare broeders en zusters, deze vrouw vertegenwoordigt ons allemaal, wij die zondaars zijn, overspelig, namelijk tegenover God, wij die Zijn trouw verraden. En haar ervaring vertegenwoordigt Gods wil voor ieder van ons: niet onze veroordeling maar ons heil door Jezus. Hij is de genade die redt van zonde en dood. Hij heeft Gods oordeel op de grond geschreven, in het stof waar alle mensen van gemaakt zijn (vgl. Gen 2: 7): “Ik wil niet dat ge sterft, maar dat ge leeft”. God pint ons niet vast op onze zonde, Hij identificeert ons niet met het kwaad dat wij begaan hebben. Wij hebben een naam en God identificeert die naam niet met de zonde die wij begaan hebben. Hij wil ons bevrijden en Hij wil dat wij dat ook willen, samen met Hem. Hij wil dat onze vrijheid zich van het kwade naar het goede bekeert en dat is mogelijk – het is mogelijk! – met Zijn genade.

Moge de Maagd Maria ons helpen om ons geheel aan Gods barmhartigheid over te geven, om nieuwe schepselen te worden.

Vertaling: RKDocumenten.nl